NATUUR AAN DE BASIS
 

De basis van een mooie wijn wordt natuurlijk gelegd aan … de basis, nl. het telen van de druiven. Het spreekt voor zich dat zelfs de meest getalenteerde oenoloog geen mooie wijn kan maken als de druiven die hij krijgt niet van de hoogste kwaliteit zijn.

Dit betekent dat wij de stokken bijzonder kort snoeien, zodat er maar weinig druiven per stok groeien. We gebruiken eveneens geen kunstmest : ook dit resulteert in een (veel) lagere opbrengst, maar vooral ook in druiven die gekenmerkt worden door het terroir waarop ze groeien en niet door elementen die kunstmatig werden toegevoegd.

Het resultaat is een opbrengst die, sinds we de oude wijngaarden onder onze hoede namen, gedaald is naar 20 à 25 hl./ha. Ter vergelijking : de gebruikelijke opbrengst van een wijngaard schommelt tussen de 50 en 60 hl./ha in AOC en 80 hl./ha. of meer in VDP.

De wijnstokken van het domein staan op de flanken en in de kom van een prehistorisch meer. Qua terroir geeft dit verrassend veelzijdige mogelijkheden. Enerzijds staan sommige percelen met hun voeten rechtstreeks tussen de keien, anderzijds vleien andere stokken zich in een 1 meter dikke laag mergel en klei, om daaronder op één groot rotsplateau te stuiten.

In geen van de gevallen een ‘Club Med’-situatie dus voor deze wijnstokken. Maar zo hoort het : alleen druiven die een beetje moeten vechten geven mooie en evenwichtige wijnen.